Sprokkel # 001 - Gesprokkeld door André

Wijmen stropen

Rond het Donkmeer stonden, na de eerste Wereldoorlog uitgestrekte wijmbossen. Wijmen (wissen of teen) werden, in die jaren, gebruikt voor het maken van allerhande manden (was-, aardappel-, duivenmanden) maar ook voor zetels, korfjes, versieringen, enz. De wijmen werden in de maanden oktober-november gekapt en verwerkt. In de daaropvolgende lente werden zij, ofweI herplant in busseltjes, ofweI gekookt.

Eerst werden de schoven ruwe wijmen, in grote putten of tonnen in de grond, uitgetrokken, de langste eerst, daarna de kortste, om ze te sorteren in verschillende lengten en de wijmen van gelijke lengte samen te binden in bussels van 10 à 15 cm diameter. 

Om witte wijmen (bv. voor wasmanden) te bekomen, werden de bussels als zodanig herplant in vooraf gereedgemaakte modderige greppels, waardoor de wijmen vlugger groeiden en soepeler werden. 

Einde april-begin mei werden de pas uitgeschoten bussels uit de grond getrokken en "gestroopt", d.w.z. de wijmen werden ontdaan van hun schors. Elke wijm afzonderlijk werd tussen een metalen mik, een "stroper' getrokken, eerst met het "gat", daarna met de "kop", zodat de schors loskwam en afviel. 

Het was een seizoenbezigheid voor 20 à 30 jongens en meisjes die er een stuiver aan verdienden (25 centiem per bussel) en ondertussen in de vrije lentelucht heel wat pret beleefden op de "dein" (plaats van de weide waar de stropers stonden opgesteld). 

Om de wijmen een lichtbruine tint te geven (voor het vervaardigen van zetels bvb.) werden de bussels eerst in een grote ketel (4 m. lang, 3 m. breed en 2 m. diep) gekookt. Daarna kon de schors gemakkelijk verwijderd worden met de blote hand. Dit ontschorsen was een werk dat thuis kon verricht worden en eveneens per bussel werd betaald. 

Nadien werden de wijmen te drogen gelegd in speciale schuren, waarin stenen waren verwijderd om de lucht te laten doorstromen. Nog later gingen de wijmen terug in een "ezel" om schoven te binden van gelijke hoogte en met een omtrek van 1 m. aan de onderkant. 

De aldus voorbereide wijmen werden verkocht aan mandenmakersbedrijven uit de streek van Temse-Bornem, maar ook soms ter plaatse verwerkt en geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

Deze postkaart uit de verzameling van André Van Hecke, is een stille getuige van deze bedrijvigheid aan het Donkmeer in een ver verleden.

De horizontaal geschreven tekst is als volgt:

"Eerste lading van Amerikaanse zetels vervaardigd uit de beste wijmen (wissen, wilgen) naar het laatste model. (Eerste oogst op rendement) eerste klasse wijmen (Mackey-Willow Rode Amerikaanse wilg), verzonden onder rembours voor A.W. Swerts. Oogst 1927/1928, aangeplant in 1926, 5de sectie, percelen 4, 12 en 15 tot 19.

Verticaal staat er te lezen

Ordernummer 6791 van het huis Frederick Loeser & C° in Brooklynn/New York. Geladen en vertrokken per S/S Eastern Haven op 30 april 1928 van Antwerpen naar New York.




Langs de andere kant staat er verticaal vermeld: 

BAERBROECK, Overmeire-Donck (in potlood).