'Over-de-meire'

De naam Overmere is een samentrekking van 'Over-de-meire, maar dit was geen verwijzing naar het Donkmeer. De 'meire' bevond of bevindt zich immers op de grens tussen het huidige Uitbergen en Overmere.

Geschiedenis

In 1331 vormde Overmere één heerlijkheid met Uitbergen. Aanvankelijk was het in het bezit van de heren van Dendermonde en later van de graven van Vlaanderen. Die laatste gaven het achtereenvolgens in leen aan het huis van Massemen in de 14e à 15e eeuw, aan de familie du Bois (van den Houte) in de 16e eeuw, aan de familie van Coudenhove in de 17e eeuw en aan de families de Lannoy de Hautpont, de Croy de Beaurainville, van Roosendael en de Heuvel in de 17e à 18e eeuw.

Overmere vormde samen met Uitbergen ook één parochie, met de moederkerk in Uitbergen en een kapel in Overmere. Deze kapel werd in 1350 vervangen door een kerk.

Op 24 mei 1452 had te Overmere een bloedige veldslag plaats tussen de Gentenaars en de troepen van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Vandaar komt de naam "strijddam" die vroeger gegeven werd aan de oevers van het Donkmeer.

Bij vorstelijk octrooi van 18 april 1673 wordt, op vraag van Antoon van Coudenhove, het leen van Uitbergen opgesplitst in twee lenen: Uitbergen en Overmere. Er bleef echter één schepenbank.

Op 12 oktober 1798 begon in Overmere de Boerenkrijg, een historische gebeurtenis die in Overmere levendig wordt gehouden door het Boerenkrijgstandbeeld, een werk van Aloïs de Beule, de Boerenkrijglaan, de 12 Oktoberlaan in een woonwijk ten zuidoosten van het centrum van Overmere en het Boerenkrijgpark (de in 2019 opgewaardeerde tuin van het oud-gemeentehuis van Overmere).

Op 2 november 1862 brandde de 14e-eeuwse kerk af. Deze werd vervangen door de neogotische Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk in 1864-1866 die door Mgr. Hendrik-Frans Bracq werd ingewijd op 10 september 1866.

Het doksaal en het orgel werden ongeveer samen uitgevoerd, het eerste in 1889 door beeldhouwer Lippens uit Gentbrugge; het tweede in 1890 door de gebroeders Vereecken uit Gijzegem. De orgelkast komt voor als een drieluik waarvan de middenpartij als een torenbouw uitsteekt. Samen vormen doksaal en orgel een neogotisch ensemble in een ruime kerk die zowel naar architectuur als naar meubilair een eenheid vormt. Het orgel is tevens opgenomen als beschermd monument.

Voor wat de bijnaam van de Overmerenaars betreft, de smouters, die zou wel eens kunnen te maken hebben met het verwijt dat zij op kosten van een ander een voedingsrijk product bekwamen. Smouten dus in de betekenis van goed leven op andermans kosten.